• Menu
  • Menu
Zahara de la Sierra roadtrip Zuid-Spanje

Roadtrip Zuid-Spanje in 9 dagen: tips voor de leukste route

Het echte Spanje wordt het ook wel genoemd, de Zuid-Spaanse regio Andalusië. En terecht, want echter dan dit ga je het niet krijgen! Alle vooroordelen over het dorre landschap en de frikandel van Nel kunnen wat mij betreft over boord. Wat je hier ervaart is authenticiteit en zijn puurste vorm. Een roadtrip door Zuid-Spanje betekent avontuur door een ruig decor aan hoge rotsen, diepe kloven en groene wijngaarden. Wie Andalusie zegt, zegt flamenco, tapas en vino tinto. Benieuwd hoe je in 9 dagen de Spaanse cultuur proeft op z’n best? Check dan mijn tips voor de leukste route!

Dag 1 en 2: Lekker laidback in de visserswijken van Malaga 

Na het ophalen van de huurauto op het vliegveld begon onze roadtrip aan de kust, in het mooie Malaga. Wat een heerlijke knusse stad met volop sfeer en gezelligheid. Gek om te bedenken dat Malaga tot 15 jaar geleden nog een grauwe havenstad was waar je liever aan voorbij ging. De afgelopen jaren is er behoorlijk geïnvesteerd om het hier helemaal op te poetsen. En met succes! Het toerisme is sindsdien flink toegenomen en inmiddels is Malaga niet meer weg te denken uit vele bruisende hotspot lijstjes. 

De stad is redelijk compact en overzichtelijk. Fijn, want zo kun je niets missen. Inclusief fietstour denk ik dat je hier binnen een dag een prima indruk hebt. Ga liever wel iets langer, want het historische stadscentrum, het tropische stadspark, de glimmende plavuizen in de winkelstraat, het geboortehuis van Picasso en het uitzicht op de kathedraal vanaf de rooftopbar doe je natuurlijk het liefst lekker op je gemak! 

“Frisse wijn en vers gegrilde vis

Wij verbleven in Pedregalejo, een van de idyllische visserswijkjes van Malaga net buiten het centrum. Dit is super goed bevallen! Ik vind het leuk om op die manier andere delen goed te leren kennen, waar je anders misschien niet zo snel komt. De sfeer is hier lekker laidback en met je (spotgoedkope!) frisse wijntje en vers gegrilde visje zit je hier helemaal goed. Met de fiets of de bus ben je heel easy binnen een kwartiertje downtown. 

Dag 3: Een adrenaline shot bij Caminito del Rey

Vanuit Malaga is het ongeveer een uurtje rijden naar Caminito del Rey, ofwel het Koningspad, ófwel een van ‘s werelds gevaarlijkste wandelpaden! Tot 2015 dan, toen is het pad gerestaureerd en opnieuw geopend voor publiek. Hoewel je hier niet zomaar te pletter valt, heb je met hoogtevrees denk ik toch wel een beetje last van knikkende knietjes. Op veel plekken kijk je dwars tussen de houten balken door, en zie je precies dat je je boven een diep ravijn bevindt met gigantische kliffen van wel 400 meter hoog! Hoogtevrees is zo’n beetje de enige vrees die ik niet heb, dus ik heb vooral genoten en me vergaapt aan de natuurpracht en de uitzichten! 

Oorspronkelijk was het pad bedoeld om mensen en goederen te vervoeren tussen twee fabrieken aan allebei de kanten van de kloof El Chorro. Sinds 1905 werd het officieel in gebruik genomen. In 1920 legde de toenmalige koning van Spanje de volledige route af en gaf Caminito del Rey zijn huidige naam. Jaren later raakte het pad steeds meer in verval, tot het levensgevaarlijk werd. Het kostte een aantal mensenlevens om uiteindelijk te beslissen dat het pad in 2000 officieel zou sluiten. Gelukkig voor ons kunnen we sinds een aantal jaar weer veilig in de voetsporen van de koning treden. Op veel stukken van de route kun je nog delen van het oude pad zien, wat soms alleen uit een metalen balk of een stukje cement bestaat. Leuke extra adrenaline shot! 

Caminito del Rey is echt een must do tijdens je roadtrip door Zuid-Spanje. Maar zorg wel dat je op tijd tickets boekt, anders grijp je mis. Er is een max aantal toeristen wat per jaar het pad mag bezoeken. Wij boekten onze tickets via de officiële website twee maanden van tevoren en zelfs toen was het al grotendeels uitverkocht. Ter plekke zijn ook tickets verkrijgbaar aan de kassa, maar dit gaat maar om enkele per dag.

Extra tips voor een dagje Caminito del Rey:
  • De route is one way. Wij begonnen bij ingang noord en eindigden aan de zuidkant. Daar namen we een bus terug naar de parkeerplek van onze auto. Een busticket kun je tegelijk bestellen met je toegangsticket. 
  • Tijdens de route zijn er geen toiletten of andere faciliteiten aanwezig. Ik wist dit van tevoren en toch kreeg ik het voor elkaar om me niet voor te bereiden. Voor degenen met dezelfde struggles: gelukkig stond bij ingang noord een drankautomaat en konden we nog even snel gebruik maken van het toilet.
  • Vanaf het moment dat je de auto parkeert is het nog een stukje lopen naar de ingang. Je loopt door een tunnel en een stukje door het natuurpark voor de echte route begint. De volledige route is 7,7 km en duurt ongeveer 3 uur. Het is geen zware route, maar fijne sneakers zijn geen overbodige luxe! 
  • Bescherm je goed tegen de zon. Wanneer je in de kloof bent loop je vaak in de schaduw en is het koel. Maar er zijn ook stukken in het natuurpark waar het zonnetje aardig staat de branden. 
Dag 4: Alle rust of alle reuring bij (Torcal de) Antequera 

Op ongeveer een uurtje rijden van Malaga bevindt zich de stad Antequera, met natuurreservaat Torcal de Antequera. Wil je even het gevoel hebben dat je alleen op de wereld bent, in een prachtige surrealistische omgeving waar de natuur miljoenen jaren zijn gang heeft kunnen gaan? Go here!

Een bijzonder maanlandschap

Alleen al de autorit naar het natuurreservaat is prachtig! En een flinke klim voor onze vierwieler, want het gebied bevindt zich op 1400m hoogte. Eenmaal aan de wandel vond ik het erg bijzonder dat we hier bijna geen mensen tegenkwamen. De enige van wie je hier gezelschap kunt verwachten is de originele bewoner van deze plek: de steenbok. Don’t worry, zo gezellig is hij nou ook weer niet. Je zal hem vooral zien op een afstandje, ergens bovenop een rots. Heerlijk om even deel uit te maken van zijn territorium, zonder luidruchtige mensen of verkeersgeluiden op de achtergrond. Het enige wat ik hoorde waren wat krekels en mijn eigen ademhaling. Wat een rust en stilte, fijn en bijna eng tegelijk! 

“De stilte was fijn en eng tegelijk

Je kan kiezen tussen drie verschillende routes in het reservaat: de groene, gele of rode route. Alle routes starten en eindigen bij het bezoekerscentrum en komen langs het uitkijkpunt waar je prachtig uitzicht hebt over de omgeving. Leuke extra: de toegang is helemaal gratis! Ik snap nog steeds niet hoe het kan dat hier bijna niemand te bekennen is terwijl the beauty of nature voor noppes zo voor het oprapen ligt.

Wij volgden de gele route van 3 km die ongeveer twee uur duurt. Dit is het verlengde van de groene route van 1,5 km. De rode route is het langst (4,5 km), maar is alleen toegankelijk met gids. Let onderweg goed op de gekleurde markeringen van je route. Die kunnen staan op stenen of op houten paaltjes. Of misschien ook nog op andere plekken die wij in ieder geval hebben gemist, waardoor we een nieuwe oranje route creëerden. Uiteindelijk merkten we vanzelf dat we niet verder konden en terug moesten, wat ons weer op het juiste pad bracht. Trek makkelijke schoenen aan (sneakers is prima) want het is soms best even wat klim- en klauterwerk. Geen zware hike, maar wel net een tandje meer dan een rondje om de eendenvijver. 

Genieten van lokale gerechten in Antequera

Na een urenlange oase van rust besloten we een hapje te eten in het bruisende plaatsje Antequera, ongeveer een kwartiertje verderop. Om naast het eten ook een kleine glimp op te vangen van de stad, deden we een luie sightseeingtour vanuit de auto. We volgden een weggetje naar boven, reden langs vele kerkjes en hadden super mooi uitzicht over de witte huisjes van de oude stad. 

Tip: op aanraden van onze Airbnb eigenaar bestelde ik hier Porra, de plaatselijke delicatesse van Antequera. Porra is een soort gazpacho, maar dan iets dikker en romiger, meestal belegd met ei en spek. Erg lekker om eens te proberen! 

Dag 5 en 6: Ronda, het Toscane van Spanje

Voor iedereen die dacht dat Zuid-Spanje een dorre bedoeling was (guilty): it’s not! Tenminste, niet als je in mei in de omgeving van Ronda rijdt. Wat een plaatje! Het ene na het andere idyllische beeld schiet hier aan je voorbij: van de olijfbomen op het terracottakleurige platteland tot aan groene bergen met wijngaarden en cipressen. Het is net of ik in Toscane ben, maar dan met een iets ruigere uitstraling. 

Sprookjesachtige labyrinten in het oude stadscentrum

Het witte stadje Ronda is deels gebouwd op een hoge rots, vanuit waar je prachtig uitzicht hebt over vallei en de rest van de omgeving. Door de flinke hoogteverschillen ontstaat er een prachtig labyrint aan trapjes en paadjes en om van boven naar beneden te wandelen. 

Ronda heeft een rijke geschiedenis waarin onder andere de Kelten, Romeinen en Moren flink hebben huisgehouden. Dat is ook goed terug te zien aan de architectuur in het oude centrum. Een aantal opvallende bouwwerken zijn de bruggen van Ronda, die de stad ook zo populair maken. Ze zijn gebouwd om de twee stadsdelen die worden gesplitst door een diepe kloof met elkaar te verbinden. De Puente Nuevo is de grootste en bekendste, niet te missen als je door het oude centrum loopt. Wat ook niet te missen is, zijn de busladingen Chinezen die hier worden gedropt voor een dagje uit met hun camera en de rest van de familie. Ik vond het hier opvallend toeristischer dan in de andere delen van Spanje waar onze roadtrip ons tot nu toe had gebracht. Maar voor een dagje was dat helemaal prima! 

Tip: Voor een fotogeniek kiekje van de Puente Nuevo ga je naar het Ronda Bridge Viewpoint (zie Google Maps). Wij zijn ‘s avonds laat met de auto over een bumpy weggetje hier naar beneden en hadden heel de omgeving voor ons alleen! Je kunt hier je auto parkeren en omhoog lopen naar het andere viewpoint Mirador Puente Nuevo de Ronda.   

Wat Ronda ook bijzonder maakt is dat hier de oudste stierenvechtarena van Spanje staat die nog in tact is. Hoewel ik uiteraard geen voorstander ben van stierenvechten, vond ik het wel interessant om even een kijkje te nemen achter de schermen van deze eeuwenoude Spaanse traditie. Er worden nauwelijks stierengevechten meer gehouden en de ruimte wordt tegenwoordig vooral gebruikt om paarden te trainen. 

Wine flies when you’re having fun 

De volgende dag reden we vanuit ons boetiekhotel tussen de olijfgaarden verder het platteland in. Vandaag gaan we de de omgeving van Ronda verkennen, en daar heb ik zin in, want dit is dé wijnregio bij uitstek! Ik zocht van tevoren een aantal adresjes op van wijnmakerijen in de buurt, waar we langs konden rijden voor een bezichtiging en om een glaasje te proeven uiteraard. Helaas hadden we na adres drie nog steeds geen succes. Waar de een het te druk had of alleen op afspraak werkte, was er bij de ander niet eens iemand op het erf te bekennen.

Gelukkig is het geen straf om hier rond te touren. Je kunt je bij elke bocht vergapen aan weer een ander prachtig groen uitzicht. Uiteindelijk kwamen we uit bij de vierde wijnmakerij, Bodega Kieninger. Toevallig was daar net een rondleiding inclusief proeverij aan de gang en we konden nog aanhaken! Omdat we het eerste deel hadden gemist kregen we zelfs aan het einde nog een korte privé tour. Soms is having no plan gewoon the best plan! 

Dag 7: Strand in het binnenland bij Zahara de la Sierra  

I know, de naam van dit plaatsje doet eerder denken aan een uitgedroogde woestijn, dan aan een prachtige wit dorpje mét strand, in het warme groene binnenland van Zuid-Spanje. Toch is dat laatste niet gelogen. Zahara de la Sierra is daarom dé ultieme plek om je vooroordeel over het dorre Spanje weg te nemen. 

Wij besloten er een dagje te vertoeven tijdens onze route van Ronda naar Sevilla. Ruim voordat we in het dorpje aankwamen wist ik dat ik hier geen spijt van had. Ik kon de spierwitte huisjes al zien afsteken tegen de berg waarop het dorpje is gebouwd. Wat een prachtig aanzicht! Even later parkeerde we onze vierwieler op een pleintje in het centrum van de witte oase.

Vanaf het centrum wandelden we een stuk omhoog naar de ruïnes van het 14e eeuwse kasteel en haar uitkijktoren. Op de korte klim naar boven heb je overal een adembenemend 360 graden uitzicht over het knalblauwe meer, de groene omgeving, de huisjes en de kerkjes. Dat is iets wat ik trouwens erg leuk vind aan Spanje: ze zijn zo lekker hysterisch Katholiek. In elk dorpje of stad vind je vaak meerdere kerkjes en kapelletjes, de een nog lelijker dan de ander. Zo ook hier aan heilige ruimtes geen gebrek. In die korte tijd dat we er waren heb ik er wel vier gezien, in allerlei soorten, kleuren en maten.

In de buurt van dit dorpje, bij La Playahita, kun je vanaf het strand zo het heerlijke helderblauwe water in lopen. Een aangelegd strandje weliswaar, want we zitten natuurlijk niet aan de kust, maar wel perfect voor een semi-strandgevoel. Wij zijn hier zelf niet geweest omdat we weer door moesten, maar ik had een frisse duik best kunnen waarderen!

Tip: we hebben heerlijk geluncht bij restaurant El Cortijo de Zahara de la Sierra, net iets buiten het centrum. Zeker de moeite waard als je eens wat anders wil proeven. Ze serveren hier een combi van Spaanse en Marokkaanse gerechten. 

Dag 8 en 9: Leven als een prins in het ruige Sevilla 

Sevilla stond al heel lang op mijn bucketlist en eindelijk was het nu zover. Mei is qua temperatuur een goede periode om de stad te bezoeken. Het is dan ongeveer tussen de 25 en 30 graden en ‘s avonds koelt het nog best wel af. In de zomermaanden juli en augustus zijn temperaturen van boven de 40 graden hier geen uitzondering. Niet voor niets dus dat Sevilla een van de warmste steden van Europa is. 

Ik ben helemaal verknocht geraakt aan de zogeheten Mudéjar stijl waar deze stad zo om bekend staat. Het is een soort combinatie van arabische en christelijke kunstvormen die je hier overal terugziet in de architectuur. Ik heb sowieso al een zwak voor de arabische sfeer, en in combinatie met hier en daar een sinaasappelboom en wat palmen is het échte Spanje voor mij helemaal het einde! 

Die Mudéjar stijl is o.a. goed terug te zien in de minaret van de grote kathedraal in hartje centrum. Die twee woorden matchen inderdaad niet met elkaar, en of het goed oogt ben ik ook nog niet over uit, maar bijzonder om te zien is het wel! Ook op andere plekken zoals de fonteinen in het stadspark, de Torre del Oro, of het bekende paleis Alcázar zijn de Moorse invloeden goed terug te zien.

Dat blijkt ook een enorme trekpleister voor toeristen. Elke keer als we langs paleis Alcázar lopen staat er een oneindig lange rij met rood-glimmende toeristenhuidjes. Puffend in de volle zon en wapperend met een blaadje stonden de gebakken peertjes te wachten tot de prins hen binnen liet (grapje natuurlijk, die woont er niet meer). Maar no way José dat wij in die rij gaan staan! In plaats daarvan kozen we voor een bezoek aan Casa de Pilatos, een authentiek paleis met dezelfde stijl een stukje verderop. Iets kleiner dan zijn grote broer weliswaar, maar zeker niet minder mooi (denk ik). Bijkomend voordeel: je staat niet in de rij, dus meer tijd over voor tapas en sangria!  

Sevilla is natuurlijk niet compleet zonder tapas, en die vind je hier op iedere hoek van de straat. Wij maakten een eigen foodtour langs verschillende tapasbars in de stad. Super leuk om het typische Spaanse leven op die manier mee te krijgen en overal verschillende hapjes te proeven. Verder is het heerlijk om tussendoor lekker te dwalen door de smalle straatjes, waarin je je soms net in een medina in Marokko waant. 

Ezra Dijck

Hi, ik ben Ezra. Trotse member van de dertigers club en dol op roadtrips, good food, Zuid-Europa en de rest van de landen rondom de Middellandse Zee. Ik geniet graag het hele jaar door van die mediterrane vakantiesfeer. Jij ook? Blijf dan hangen voor leuke routes, lekkere recepten en goede foodspots!

Bekijk blogs

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *